Abbaye de Prébenoît

Monachi et eremitae sunt venter Ecclesiae (Bernardus Claravallensis, Sent. III)

Liturgie en preken

De liturgie van een solitaire monnik-priester mag eenvoudig zijn. Ochtendgebed (lauden) en avondgebed (vespers) zijn de hoofdpijlers, met de dagelijkse Eucharistie als centrum. Op zondagen en hoogfeesten wordt de Eucharistie gevierd om 10u00, op gewone weekdagen om 8u30. De Eucharistie is voor iedereen die eerbiedig wil meevieren toegankelijk, maar alleen gedoopten ontvangen er de communie onder de gedaanten van brood en wijn, het lichaam en bloed van Christus. Via een stenen trap achter het ijzeren toegangshek van de kluis komt men in de kapel. Daar wordt de bezoeker ogenblikkelijk getroffen door de grote Heilig Kruisicoon achter het kleine altaar.

Lees meer ...

Christus die op het Kruis stierf voor onze zonden, verrees op de derde dag en zetelt in glorie aan Gods rechterhand waar Hij voor ons ten beste spreekt. Het Kruis trekt de biddende mens omhoog tot bij de Vader. Dit Heilige Kruis betekent de overwinning op het kwaad en op de dood omdat Jezus, in gehoorzaamheid aan zijn Vader, er zijn leven gaf tot verlossing van velen. Het Kruis is een antidotum voor het kwaad in de wereld en in ieder van ons. In de Eucharistie vieren wij het nieuwe verbond dat God met de mensen aanging, door het offer van Jezus’ lichaam en bloed op het Kruis en zijn Opstanding op de derde dag. Brood en wijn, gaven van de natuur en werk van mensenhanden, worden in de Eucharistie door de Heilige Geest omgevormd tot het vergoddelijkte lichaam en bloed van Christus. Door deze gaven in de communie te ontvangen, wordt ook de gedoopte omgevormd in datzelfde lichaam van Christus, de Kerk van alle gelovigen.

Liturgie is een “sacrum commercium”, dit wil zeggen dat het om een uitwisseling tussen God en mens gaat op alle niveau’s. De biddende mens luistert er naar Gods woord, looft en dankt, smeekt en verstilt, aanbidt en contempleert. God is de Aanwezige. Hij IS en Hij is in de realiteit, niet in de verbeelding. Hij is er voor de mens die thuis is bij zichzelf, die woont in zijn hart. God is de horizon die telkens wijkt als men denkt er beslag op te kunnen leggen. Hij is de gans-Andere, de kern van alle dingen, de dragende Kracht van al wat is, leeft en beweegt. In de liturgie is het aspect ‘ontvangen’ minstens zo belangrijk is als het aspect ‘doen’. Psalmen bidden, hymnen zingen, gebeden uitspreken, verstillen: dat alles doet de biddende mens. Maar God geeft zich aan iemand met een zuiver en luisterend hart, aan degene die van Jezus geleerd heeft nederig te zijn en zachtmoedig.

De liturgie staat centraal in ieder christelijk en monastiek leven, ook in dat van een kluizenaar. Allereerst “ontvangt” de mens in de liturgie het heil van God: in woord, in sacrament, in heilige tekenen. In de diepe stilte van zijn hart bidt de Geest onophoudelijk en met onuitsprekelijke verzuchtingen: “Abba, Vader” (Rom 8,15). Daar, in dat heiligdom, viert de altijd aanwezige Christus als hogepriester zijn verlossende liturgie. Het is weldadig zich daarvoor open en beschikbaar te stellen, zoals Maria deed toen de engel haar toestemming kwam vragen om God uit haar geboren te laten worden. Het antwoord van de Maagd is de basishouding voor elke goede liturgie: “Mij geschiede naar uw woord”.

Wie zal zeggen of het gebed van een kluizenaar God welgevalliger is dan het ochtendgefluit van de vogels, dan het avondconcert van de kikkers in de vijver bij de abdij? De vogels en de kikkers die hun natuur volgen, doen de wil van God, zoveel is zeker. Maar doe ik wel Gods wil? Ik bid voor mezelf, voor anderen, voor de hele schepping, voor ieder die nog lijdt en redding behoeft. Een eenzame monnik bidt en leeft nooit voor zichzelf alleen. Hij is slechts een oog in de schepping dat naar God kijkt, en hij bidt en smeekt in naam van de velen, van heel de Kerk en van al het geschapene om redding. De heilige Efrem de Syriër (5de eeuw) schreef poëtisch over de liturgie van de monniken als volgt:

“Wie alleen celebreert in het hart van de wildernis, hij is een talrijke vergadering. Celebreren er twee samen in de rotsen, duizenden en tienduizenden zijn er aanwezig. Zijn er drie vergaderd, een vierde is onder hen. Zijn er zes of zeven samen, twaalfduizend duizendtallen zijn verzameld. Stellen zij zich op in rang, zij vullen het uitspansel met gebed. Worden zij gekruisigd op de rots, en getekend met een kruis van licht, de Kerk wordt opgericht. Komen zij tezamen, de Geest zweeft boven hen. Beëindigen zij hun gebed, de Heer staat op en dient zijn dienaren.”

(Onuitgegeven hymne geciteerd door A. Louf in “Heer, leer ons bidden”)